dit is de top van de pagina

Heeft uw kind obesitas?

Wanneer heeft uw kind obesitas?
In Nederland heeft 12 % van de jeugd van 2 tot 21 jaar last van overgewicht. Overgewicht betekent dat er teveel overtollig vet in het lichaam wordt opgeslagen. Van de kinderen met overgewicht heeft 3% ernstig overgewicht. We noemen dat dan obesitas. Om te kijken of een kind obesitas heeft berekenen we de BMI (Body Mass Index). Dit is een index die de verhouding tussen lengte en gewicht aangeeft. De BMI-meter van het voedingscentrum berekent de BMI gemakkelijk voor u uit.

 

Invloed van obesitas op het leven van kinderen
Obesitas brengt gezondheidsrisico’s met zich mee. Zo kunnen kinderen diabetes (suikerziekte) ontwikkelen of een te hoog cholesterol. Ook hebben ze op latere leeftijd een grotere kans op een verhoogde bloeddruk en hart- en vaatziekten.
Door overgewicht kunnen kinderen zich ook minder makkelijk bewegen en beleven ze minder plezier aan bewegen. Daardoor ontstaat een vicieuze cirkel van nog minder bewegen en mogelijk nog meer overgewicht.
Daarnaast heeft overwicht sociale en emotionele gevolgen, zoals mogelijke problemen met het zelfvertrouwen en pesten.

 

Wij kunnen je helpen!

Bij Kinderfysioboz kunnen wij je helpen met ons Beweegprogramma: Kids Fit Fun.

Het programma Kids Fit Fun duurt een half jaar. In de eerste drie maanden wordt twee keer per week gesport en houdt de diëtist drie spelmiddagen. Daarna sporten de kinderen één keer per week. We geven ook huiswerkopdrachten mee om bewust met bewegen, voeding en gezondheid aan de slag te gaan en om betrokkenheid van de ouders te stimuleren. Als het nodig is, wordt de psycholoog bij de begeleiding betrokken. Uiteraard eerst na overleg met de ouders.

 

Aanmelden of voor meer informatie:

T 0164 – 266 204, via Linda Tolsma
info@kinderfysioboz.nl

 

Meer informatie:

 

 

 

Bron: https://www.erasmusmc.nl/centrumgezondgewicht/ouders/obesitas/

Op een normaal veld lopen amateurvoetballers gemiddeld 27 procent kans op een blessure terwijl dat op kunstgras 44 procent is. Dat blijkt uit een onderzoek van het AVRO/TROS-programma Radar.

Trainer en inspanningsfysioloog Raymond Verheijen: ,,Het grootste verschil zit in de demping, die is bij kunstgras een stuk minder. Met name de gewrichten hebben daar onder te lijden.”
40 procent van de 7.000 deelnemers bij het Radar-onderzoek zegt wel eens ernstig last te hebben gehad van schaafwonden of zelfs open wonden tijdens het spelen op kunstgras. Ook liep 35 procent van de deelnemers wel eens spierblessures op. Dat is meer dan op normaal gras. 7 op de 10 voetballers heeft aangegeven liever op normaal gras te spelen en niet alleen omdat het gras beter ruikt.

De KNVB reageert als volgt: ,,Er zijn onderzoeken uitgevoerd naar de blessuregevoeligheid van velden. Hieruit kwam naar voren dat er niet meer blessures zijn op natuurgrasvelden dan op kunstgrasvelden en vice versa. Maar dat er wel sprake is van andere blessures. Daarnaast is kunstgras continu in ontwikkeling. Zo zijn er materialen ontwikkeld waardoor het kunstgras meer op een echte natuurlijke grasmat lijkt, duurzamer is en minder blessures oplevert. Op initiatief van de KNVB wordt op korte termijn met overheden, gemeenten en kunstgrasfabrikanten de verdere invulling van deze ontwikkeling besproken.”